Het koperen feest....

ENKELE TEKSTEN UITGESPROKEN BIJ HET JUBILEUM VAN HET SEMINARIE

Tijdens de plechtige, pontificale Eucharistieviering heeft de pauselijk Nuntius, mgr. dr. Fr. Bacqué een homilie uitgesproken waarvan de tekst hieronder wordt weergegeven. Tevens is de begroeting en opening door de rector, mgr. dr. J.W.M. Hendriks, hieronder na te lezen.

HOMILIE BIJ HET 12 ½ JARIG BESTAAN
VAN HET GROOT-SEMINARIE VAN HET BISDOM HAARLEM-AMSTERDAM

door Z. Exc. mgr. dr. Fr. BACQUÉ, Apostolisch Nuntius

Excellenties, mijnheer de Burgemeester, eerwaarde heren, broeders en zusters in Christus,


Het is met vreugde en dankbaarheid dat wij in dit jaar van de priester het twaalf-en-half jarig bestaan vieren - het koperen feest - van dit seminarie.

We willen God danken voor Zijn zegen, voor de roepingen tot het priesterschap en het diaconaat die hun weg naar het seminarie hebben gevonden, en voor de priesters en diakens die reeds werkzaam zijn in de parochies.
Wij willen vandaag ook bidden om Gods zegen voor de toekomst, voor de studenten van het bisdom Haarlem-Amsterdam - waaronder de seminaristen van Redemptoris Mater -, van het aartsbisdom Utrecht, de bisdommen Rotterdam en Groningen-Leeuwarden en van de abdij van Egmond
die hier hun opleiding volgen.
Wij bidden vandaag dat de heilige Geest Uw hart mag blijven raken en U allen mag sterken om gehoor te geven aan Gods roeping, iedere dag opnieuw, en dat Uw hart mag worden bewogen door Gods liefde die U uitnodigt om Uw leven te geven voor Christus en Zijn Kerk.

In het evangelie van vandaag spreekt Jezus in de zaal van het Laatste Avondmaal
met Zijn apostelen over hun roeping en uitverkiezing. " Zoals de Vader Mij heeft liefgehad, zo heb ook Ik u liefgehad", zegt de Heer. "U heb ik vrienden genoemd...". En: "Niet gij hebt Mij uitgekozen, maar Ik U".
Zo spreekt Jezus over de roeping van de apostelen. Maar die woorden gelden voor ieder van U! Uw roeping is een uitverkiezing en een teken van Gods liefde voor U.
Wanneer we deze woorden van Jezus in ons hart bewaren, kunnen we niet anders dan dankbaar zijn. We dragen door Gods genade deze roeping en uitverkiezing
als een kostbare schat in ons hart, zwakke mensen die wij zijn.

Het is zeker goed voor ieder van ons om met een zekere regelmaat stil te staan bij de wegen waarlangs God ons in Zijn goedheid heeft geleid. Iedere roeping is uniek, we zijn allemaal weer langs andere wegen tot onze roeping gekomen. Maar ieder roepingsverhaal is uiteindelijk een geschiedenis van Gods persoonlijke aandacht en liefde voor ons. Hij heeft ons uitgekozen om op een bijzondere wijze
Zijn vrienden te zijn en eens als priester een "alter Christus", een "andere Christus" te zijn.

"Blijft in mijn liefde. Als gij mijn geboden onderhoudt, zult gij in mijn liefde blijven. (...) Dit zeg ik u opdat mijn vreugde in u moge zijn...". Jezus spreekt deze woorden op de laatste avond van Zijn leven. Ze vormen een geestelijk testament.
De Heer wil hiermee bereiken dat Zijn leerlingen in vreugde zullen leven, Zijn geboden zullen onderhouden en in de liefde blijven.

De vreugde die de Heer geeft moge Uw kracht zijn! Natuurlijk ziet U moeilijkheden om Uw heen en in Uzelf. U kent misschien priesters die het zwaar hebben in hun parochie, veel werk hebben, op tal van plaatsen moeten zijn. En een mens moet strijd voeren met de zwakheden van zijn eigen natuur. Zeker, er zullen ook voor U allerlei moeilijkheden komen. Er bestaat geen priesterschap zonder het kruis. Maar blijf Uzelf richten op de grote genade dat U met Christus verbonden bent als Zijn vriend en dat U als priester een "andere Christus" zult zijn. Blijf in de liefde van de Vader.

Het onderhouden van de geboden is natuurlijk ook een belangrijk punt. Jezus vraagt het van ons en het hoort bij de priesterlijke levensstaat. De priester is een voorbeeld voor anderen. Bij de priesterwijding gaat de wijdeling plat ter aarde liggen en hij knielt voor de bisschop aan wie hij gehoorzaamheid belooft. Hij spreekt zijn wil en verlangen uit om zich klein te maken en een trouw dienaar van de Kerk van Christus te zijn. Door dit alles geeft de wijdeling aan dat hij niet zijn eigen wil, maar Gods leiding zal volgen en dat hij wil van God zal herkennen in de leiding die zijn Bisschop, die de Kerk hem geeft. Iedere priester moet bereid zijn
zijn eigen wil los te laten om Christus te kunnen volgen.

Maar de meest centrale oproep van de Heer in het evangelie dat we hebben gehoord, is wel het dringende en herhaalde gebod om de liefde te bewaren:
"Blijft in mijn liefde. (...) Dit is mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt, zoals Ik U heb liefgehad" . Dit geldt natuurlijk op bijzondere wijze voor de priesters onder elkaar.
Het seminarie is een oefenschool voor de onderlinge liefde; doordat U dagelijks samenleeft met elkaar, leert U elkaar te dragen, te verdragen en waarderen en zo kan er een band voor het leven ontstaan. Dat hier priesterstudenten uit verschillende bisdommen samen studeren, bidden, leven kan de "communio" en de onderlinge band van de priesters in de kerk van Nederland versterken.

De priester is op een bijzondere wijze een man van "communio"; hij is geroepen om overal eenheid en gemeenschap te bevorderen, van mensen onder elkaar en met de Heer, de "communio" ook met de Bisschop en een hartelijke verbondenheid met de paus en met de universele Kerk.

God heeft ons alles geschonken. In een geest van dankbaarheid zijn wij daarom hier bijeen. Wie dankbaar is kan eigenlijk niet anders dan vreugde en liefde beleven. Die geest van vreugde en liefde, die de Heer Zijn leerlingen voorhield, wens ik U allen van harte toe. Amen.


TOESPRAAK 12 ½ JARIG BESTAAN SEMINARIE: BEGROETING EN OPENING VAN DE FEESTELIJKE BIJEENKOMST

door rector mgr. dr. J.W.M. Hendriks


Excellenties, mijnheer de burgemeester, medebroeders in het priesterschap, dames en heren,
Hartelijk welkom aan U allen bij deze viering van het twaalfeneenhalf jarig bestaan van het seminarie.
Een bijzonder woord van welkom aan Zijne Excellentie mgr. Fr. Bacqué, Apostolische Nuntius en daarmee in ons land vertegenwoordiger van onze heilige vader paus Benedictus XVI. Wij danken U dat U onze uitnodiging heeft aanvaard. Tot onze eigen Bisschop mgr. dr. J. Punt kan ik moeilijk een woord van welkom spreken. Dit is zijn huis en hij heeft - samen met mgr. Bomers - aan de wieg van het seminarie gestaan; het is dus eigenlijk in zijn naam dat ik U welkom heet. Een hartelijk woord van welkom ook aan onze Aartsbisschop, mgr. dr. W. Eijk, aan onze hulpbisschop, mgr. J. van Burgsteden, de elect-hulpbisschoppen van het aartsbisdom, mgr. T. Hoogenboom en Vader-Abt Mathijsen van de abdij van Egmond. Ook wil ik hartelijk begroeten onze nog relatief nieuwe burgemeester, de heer R. Nederveen, in dit laatste of eerste pand, precies op de grens van zijn gemeente. Ik wil hem bij deze ook bedanken voor de belangstelling die hij reeds heeft getoond en voor de medewerking van de gemeente bij de bouw en daarna. Een bijzonder welkom ook aan de vicaris-generaal, mgr. M. de Groot, aan de econoom, de heer E. Duijsens, de architect van het bisdom de heer P. Houben en leden van het Bouwbureau, vicaris, stafleden, dekens en kanunniken van het bisdom alsmede aan de priesters, al dan niet in dit seminarie opgeleid. Heel hartelijk verwelkomen we rector Kuipers en de studenten van het Ariënskonvikt. het verheugt ons dat jullie hier bij konden zijn en we hopen op een goede toekomst samen. Daar willen we ons graag voor inzetten.
Een bijzondere groet wil ik ook uitspreken aan de weldoeners die hier aanwezig zijn en die het seminarie financieel hebben gesteund en het daardoor mogelijk maken. We zijn U zeer dankbaar voor wat u voor ons hebt gedaan, doet en zult doen om de opleiding van de priesterstudenten, de permanente diakens en catechisten mogelijk te maken. Natuurlijk is de Heer zelf het fundament van dit huis. Maar samen met het biddend leger van de meer dan 1500 leden van de gebedskring, vormt U toch wel belangrijke steunpilaren voor dit huis. Dat legt op ons de verplichting om uiterst zorgvuldig met Uw bijdragen om te gaan. En we hopen dat U ons wilt helpen om er nog een stukje bij te kunnen bouwen.
Hartelijk groet ik ook en danken we stafleden, docenten en medewerkers (waaronder vele vrijwilligers) van De Tiltenberg. Temidden van deze vrijwillige medewerkers wil ik er vandaag één bijzonder naar voren halen die bijna vanaf het begin de administratie van het seminarie heeft gedaan alsmede de coördinatie van vrijwilligers en personeel en vele andere taken. Het is de heer Piet van der Horst. Het seminarie is klein begonnen en de omvang van deze taken is zeer toegenomen, zodat de heer Van der Horst heeft aangegeven zich langzamerhand van een aantal terreinen wat te willen gaan terug trekken. Hij is voorlopig nog niet weg en we nemen vandaag dus ook geen afscheid, maar ik wil op dit moment wel even kwijt: "Piet, bedankt voor alles".
We zijn verheugd dat de zusters Karmelietessen eveneens vertegenwoordigd zijn. Op de krans waar mgr. J. Punt ook bij is, hadden we zo weleens over Casa Carmeli gesproken waar jonge priesters vaak voor bezinningsdagen waren samen gekomen. Mgr. Punt ging op onderzoek uit en toen hij op 13 mei 1996, Fatima-dag, eens in Vogelenzang ging kijken, vond hij daar het bestuur van de zusters al in vergadering bijeen. De zusters verleenden welwillend hun medewerking en zo konden de eerste priesterstudenten daar gaan wonen. Een jaar later ging het Willibrordhuis als seminarie verder en werd het de gezamenlijke opleiding voor de priesterstudenten van het bisdom, waaronder de seminaristen van het toen reeds bestaande seminarie Redemptoris Mater. Ook voor de toekomst hebben we weer een beroep mogen doen op de zusters, omdat we door ruimte-gebrek de stille dagen voor het Sint Bonifatius-instituut niet meer hier kunnen laten plaatsvinden. Een jaar na de stichting van het seminarie, op 12 september 1998, overleed mgr. H. Bomers plotseling en werd het bestuur van het bisdom door mgr. J. Punt overgenomen. In dat jaar werd ook het Sint Bonifatius-instituut gesticht.
Geleidelijk aan werden daarna de ruimtes van Casa Carmeli te klein. Op 11 februari 2003, Lourdes-dag, kon het Groot-seminarie De Tiltenberg verwerven, waar we naar toe verhuisden op 7 november 2005. De heer Hartmann zal straks meer over de geschiedenis van de priesteropleiding en deze twaalfenhalf jaar vertellen.
We staan nu in zekere zin weer voor een nieuwe fase. Zoals U weet heeft onze aartsbisschop, mgr. dr. W.J. Eijk - die ik hierbij nogmaals dank voor het in ons gestelde vertrouwen - besloten de diaken- en priesteropleiding van het Aartsbisdom Utrecht aan De Tiltenberg toe te vertrouwen. Dit is een grote en niet gemakkelijke stap geweest. Het besluit betekent echter in feite dat studenten uit alle noordelijke bisdommen (Utrecht, Groningen-Leeuwarden, Haarlem-Amsterdam en Rotterdam) en kandidaten van de abdij van Egmond hier zullen studeren. Dit heeft belangrijke positieve kanten en ik vertrouw erop dat daaruit iets goeds zal komen. Geld en middelen worden beter ingezet, mede gelet op de aantallen kandidaten. Priesterstudenten van verschillende bisdommen leren elkaar beter kennen en hopenlijk waarderen en later als priesters zullen zij met elkaar verbonden kunnen werken aan de opbouw van de Kerk. Uit ervaring weet ik hoe zo'n gemeenschappelijke opleidingsachtergrond positief kan doorwerken. Dat lijkt me uitermate belangrijk gezien de toekomst van de Kerk in ons land, die door een tijd van herschikking, loutering en vernieuwing moet, maar die er altijd zal zijn, zoals zij er nu al 2000 jaar is, bij alle wisseling van de tijden. Uiteindelijk zal de Kerk met nieuw élan en als één lichaam de boodschap van het evangelie en Christus' verlossingsgenade moeten en kunnen doorgeven.
Juist daarvoor zullen we in de toekomst wegen gaan zoeken en vinden. De mensen van nu zijn vaak zoekend, zij worstelen met zichzelf en met de grote vragen van het leven: waar kom ik vandaan, waar ga ik heen, waartoe is dit alles, waarom besta ik? Zijn er vaste waarden en is er Iemand die mij heeft gewild en die mij liefheeft? Wanneer een mens zich tijd laat voor bezinning, komen deze vragen onontkoombaar op hem af. Zoals Augustinus het al zei: "Onrustig is ons hart, totdat het rust vindt in U" en - sprekend tot God -: "U hebt ons geschapen naar U toe", "Creasti nos ad Te". In iedere mens is een aangeboren verlangen naar God, die Liefde is, en dat is een opening en voor ons een aanknopingspunt. Laten wij bidden dat we onze gaven en talenten mogen kunnen ontwikkelen om op dit aangeboren verlangen van mensen in te kunnen gaan. Studenten ervaren dit vooral in de stages die zij doen en die juist daarom zo inspirerend en motiverend zijn.
Dank U dat U vandaag gekomen bent om samen dankbaar om te zien en om Gods zegen te bidden voor de toekomst. In de bijdrage van de heer Hartmann kijken we vooral in dankbaarheid om naar het verleden. De presentatie van het boek "Voor een missionaire kerk" wil duidelijk maken dat we ook naar de toekomst uitzien. Omzien en verder gaan, met Gods onmisbare zegen.
Ik dank U wel.

 
MISDIENAARSDAG 2010
zaterdag 25 september

ACTUEEL

 


Roepingendagen
en jongerenactiviteiten

Regelmatig vinden er kennismakingsdagen
en activiteiten plaats


ROEPINGENFILM

Ignas_still

Bekijk onze roepingenfilm met kapelaan Ignas Tilma


WEBWINKEL TILTENBERG

Tiltenbergreeks

Via onze webwinkel kunt u al onze uitgaven bestellen


CD 'LUX'

voorkant cd

Steun de Tiltenberg en bestel een exemplaar van de cd 'Lux'